stresstesten

In de wondere wereld van IT is het gebruikelijk om stresstesten in te zetten om de stabiliteit van een systeem of applicatie te testen. Online hierop verder zoekend kom ik zinnen tegen als “torture your computer” en “test iets direct na aankoop, zodat breakdowns binnen de garantieperiode aan het licht komen”. Met behulp van foltertechnieken en zware aanvallen kijken wanneer een systeem of applicatie het uiteindelijk begeeft; waar het stuk gaat door overbelasting. Klinkt onheilspellend en óók klinkt het slim en berekenend. De grenzen van een systeem worden pro-actief opgezocht om deze vervolgens daar waar nodig te versterken.

Soms heb ik het idee dat we, als mens, ook steeds vaker het onderwerp zijn van een soort stresstest. De continue stroom aan informatie, keuzestress, prestatiedruk, de shift van lichamelijk werk naar werken met je hoofd en je hart, en de dagelijkse confrontatie met problemen van wereldformaat, lijken ervoor te zorgen dat we collectief in een soort staat van overdrive gaan. Het gevolg is dat we steeds vaker en jonger geconfronteerd worden met de negatieve consequenties hiervan voor onze gezondheid. Stress-, spanningsklachten, burn-outs; ik zie het in mijn omgeving, lees erover in de krant en in de IT is het volgens mij de nummer 1 reden van langdurige uitval van mensen. Heftig!

Zou het een idee zijn om ons eigen systeem, onze eigen software, net als dat in de wereld van IT gebeurt, doelbewust en pro-actief te versterken? Door onszelf te wapenen tegen de stresstesten van het leven in onze moderne maatschappij. Niet met behulp van foltertechnieken of zware aanvallen, maar met behulp van slimme, menswaardige technieken gericht op het omgaan met extreme invloeden van buitenaf. Een soort anti-stresstest-strategie voor jong en oud dat ons gezond en veerkrachtig houdt, nu en in de toekomst.

In een Tedtalk van Kelly McGonical (zie ook hieronder), vertelt ze hoe je de negatieve impact van stress op je gezondheid kunt tegengaan door anders te denken over stress en door actief connectie te maken met anderen in tijden van stress. Zowel cognitief als sociaal de strijd aangaan met onze toenemende stress- en spanningsklachten. Pro-actief ons eigen systeem versterken. Net zoals dat in de IT gebeurt, en dan zonder het eerst stuk te maken graag.

 

hamburgers & cadeautjes

Hamburgers en cadeautjes, dat is waar ik aan denk als het over feedback gaat. Een belangrijk en vaak geforceerd sociaal concept, waarvoor talloze tips en technieken bestaan, de ene nog kleurrijker vormgegeven dan de ander. Volgens het zogenaamde hamburgermodel doe je er goed aan je kritische feedback dik te beleggen met complimenten en andere positieve punten. Met teksten als: “Feedback is een cadeautje. Je pakt het uit, bekijkt het met bewondering en bedankt de ander uitvoerig.” proberen we elkaar uit te leggen dat het belangrijk is om open te staan voor feedback. Persoonlijk vind ik hamburgers en cadeautjes prachtige analogieën, en tegelijkertijd kun je met behulp van dezelfde analogieën vrij gemakkelijk de draak steken met dit onderwerp.

Afijn, de term feedback heeft voor mij voornamelijk een sociale betekenis, maar ook in de wondere wereld van IT speelt feedback een grote rol. Niets is zo vervelend als je online een formulier invult en dat je dan geen bevestiging ontvangt dat het formulier verstuurd en aangekomen is. Of als je met een tablet met touchcover werkt en merkt dat typen een drama is, o.a. doordat het muisstil blijft terwijl je typt. Je krijgt geen feedback van je aanslagen, en dat vind ik echt niet fijn werken. Die onduidelijkheid of iets wat ik doe wel of niet goed aankomt, zorgt bij mij voor twijfels en onzekerheid; en dat komt het gebruikersgemak van de IT oplossing niet ten goede.

Eigenlijk gelden die effecten van onduidelijkheid net zo goed voor de sociale interactie tussen mensen. Het is belangrijk om te weten of iets wat je doet of zegt aankomt bij de ander. Als dat niet gebeurt kan dat voor twijfels en onzekerheid zorgen. Over jezelf, over de ander en over de relatie onderling.

Wat het ook niet makkelijk maakt, is dat we allemaal zo verschillend zijn en op verschillende manieren naar de wereld en onszelf kijken. Wat voor de één de normaalste zaak van de wereld is, kan voor de ander een enorm probleem zijn. Waar de één graag en vaak feedback geeft; vinden anderen het verschrikkelijk en doen ze het nooit. Sommige mensen vragen continu om feedback en anderen vragen er nooit om. In de praktijk zie je uiteraard voornamelijk tussenvormen van deze uitersten. Hoe dan ook, simpel is de sociale variant in mijn ervaring bijna nooit. Mensen zijn bang om anderen te kwetsen, vinden dat hun mening er onvoldoende toe doet, twijfelen of en hoe ze feedback moeten geven en schieten in de verdediging als ze het krijgen. Dit is, volgens mij, voor bijna iedereen een uitdaging op zijn tijd. Toch?

Dan is het in de IT een stukje simpeler. Een handeling in een IT systeem vraagt om feedback, wat gewoon een bevestiging is van hetgeen je gedaan hebt. “Het formulier dat u zojuist heeft ingevuld is opgeslagen en verstuurd.” Helder, simpel, duidelijk; je weet dat het goed is gegaan en dat je boodschap is aangekomen. Heel basaal kunnen we hier in de sociale variant misschien wel een voorbeeld aan nemen; door gewoon te bevestigen wat we anderen zien doen; zonder inkleuren en zonder waardeoordeel. Zonder hamburgertechnieken en cadeau-analogieën. Lijkt mij een mooi uitgangspunt om mee te beginnen.

c-hekje 2.0

Na meer dan een jaar niet meer geblogd te hebben, heb ik vorige week met 2 collega’s afgesproken dat we voor vrijdag 25 november 2016 23:59 allemaal een blog zouden publiceren. Degene die niet levert, wast de auto’s van de anderen. Alhoewel ik normaliter meer in positieve dan negatieve drijfveren geloof, merk ik dat deze afspraak goed werkt. Ik wil echt geen 2 auto’s wassen en ik vind het eigenlijk heel leuk om een blog te schrijven. Behoorlijke no-brainer dus voor mij dat ik nu op een donderdagavond zit te typen.

De reden van meer dan een jaar radiostilte op mijn blog heeft alles te maken met de hoeveelheid andere dingen in mijn leven die tijd en energie vragen. Ik vind het altijd weer bijzonder hoe dat werkt; dat de dingen waar je blij van wordt, maar niet per sé moeten, telkens weer naar de achtergrond lijken te verdwijnen. Alsof het niet belangrijk is om tijd vrij te maken voor zaken die niet direct zichtbaar ergens aan bijdragen. Wellicht is dit een quirk van mij en hebben anderen hier niet zo’n last van. Hoe dan ook, ik wil hier graag vanaf. Ik ben ervan overtuigd dat dingen doen die je leuk vindt en waar je energie van krijgt, 1 van de geheimen van een gelukkig leven is. Als ik daar de dreiging van 2 auto’s wassen voor moet inzetten, so be it. Dit is trouwens niet geheel onbaatzuchtig, want stiekem hoop ik natuurlijk dat 1 van de anderen verzaakt, zodat ik straks weer een mooie schone auto heb (Michaël, Mike, hoever zijn jullie? :-).

Rest nu de vraag hoe ik m’n blog verder vorm ga geven de komende tijd. Ik heb altijd behoefte aan een plan en een doel. Probleem is dat het vaak daarbij blijft en dat het echt gaan doen en blijven doen een stuk lastiger is. Toen ik deze blog startte was het plan om te schrijven over mijn “blunders” als leek in de wondere wereld van IT. Dit vond ik superleuk om te doen; verder dan 5 blogs ben ik echter niet gekomen.

Tijd voor een nieuwe koers dus; eentje waarin ik minder vastzit aan één specifiek doel en thema. C-hekje niet meer als synoniem voor de leek binnen de wondere wereld van IT, maar als synoniem voor alles wat ik nog niet weet, ken of snap, of wat mij verwondert, aanspreekt of verbaast. Lekker breed, lekker vaag. Ben benieuwd hoe het me deze keer afgaat.

En ik ben benieuwd of ik binnenkort weer in een schone auto rondrijd. Ergens hoop ik dat, maar ik hoop eigenlijk nog meer dat de andere 2 ook de tijd en energie hebben gevonden om datgene te doen wat ze leuk vinden en waar ze energie van krijgen. Gek eigenlijk hè, hoe dat werkt.

raspberry pie

125 gr. zachte roomboter, 200 gr. witte basterdsuiker, 250 gr bloem (gezeefd), 2 eieren gesplitst (eiwit wordt niet gebruikt), 2 doosjes frambozen, 50 gr. witte chocolade en 1 bakje mascarpone.

Je raadt het al, hier moet ik aan denken als ik mensen hoor praten over een raspberry pie. Uiteraard schrijf je het niet zo en bedoelen ze geen frambozentaart. Maar wat dan wel en waarom is dit zo hot en happening in IT land?

Ik ging op onderzoek uit en vond op de officiële site van Raspberry Pi dat een stichting met dezelfde naam gevestigd in Engeland deze minicomputer heeft ontwikkeld om kinderen te leren programmeren. De relatief lage prijs (een paar tientjes) zorgt ervoor dat scholen en onderwijsinstellingen ze makkelijk kunnen aanschaffen en gebruiken in het onderwijs. Het doel van de stichting is het verbeteren van het onderwijs voor volwassenen en kinderen, met name op het gebied van computers, informatica en aanverwante onderwerpen.

Toen ik deze site had bekeken en e.e.a. had gelezen, was ik eigenlijk nog meer in de war. Voor zover ik het begreep is het een soort simpele, kleine, goedkope computer bedoeld om mensen met niet al te veel verstand van IT te leren programmeren. Maar waarom hebben mijn collega’s (hele slimme IT’ers) dan ook zo’n ding en waarom was dit HET onderwerp van onze laatste hackaton (een weekend lang waarin een groep van die hele slimme IT’ers samen nieuwe IT dingen uitvinden op kantoor)? En wat betekenen al die andere vage, maar blijkbaar gerelateerde termen zoals Arduino en Netduino?

Toen ik me hardop afvroeg waarom de Raspberry Pi (RP) zo hot en happening is, terwijl het gemaakt is voor kinderen, keken mensen me vooral een beetje wazig aan. Blijkbaar begreep ik er helemaal niets van. Aaarrghhh….

Een paar weken later wilde ik toch deze blog afschrijven en beet ik me nog 1 keer vast in dit onderwerp. Na alle informatie nog een keer gelezen te hebben was mijn conclusie dat alhoewel de RP ooit is ontwikkeld voor het onderwijs, het uiteindelijk iets is geworden dat zo vernieuwend is – een computer zo groot als een creditcard die net zo krachtig is als een gewone computer en zo geprijsd is dat iedereen het kan betalen – dat iedereen zo’n ding wil hebben en er mee wil experimenteren. En hoe meer mensen met dit apparaatje gaan werken, hoe meer creatieve dingen er worden bedacht en gemaakt; van een volautomatische kattenvoerder, tot een gitaarstemmer, tot een supercomputer gebouwd door een vader en zoon in een huls van LEGO. Wow!

En gezien het succes van de RP kunnen anderen natuurlijk niet achterblijven; vandaar de Arduino en de Netduino. Voor zover ik het goed begrijp zijn dit ook een soort minicomputers, maar dan van een ander merk met net andere specs. Voor degene die meer uitleg willen is dit filmpje een aanrader. Waarschuwing! als echte leek snapte ik er hierna nog steeds maar weinig van :-).

Rest mij nog 1 vraag: vanwaar de naam? Het enige antwoord dat ik kon vinden is dat het vroeger blijkbaar traditie was om (micro)computers naar een fruit te vernoemen (Tangerine, Apricot en natuurlijk Apple); vandaar “Raspberry”. “Pi” verwijst naar “Python”, dit is 1 van de eerste programma’s voor de RP.

Hoe betrouwbaar dit antwoord is kan ik niet inschatten, maar het klinkt geloofwaardig. Ik had gehoopt op een meer tropische verklaring van de naam, eentje die past bij het nobele streven achter het idee van de RP en alle creatieve ontwikkelingen die eruit voort zijn gekomen en ongetwijfeld nog gaan komen, maar eigenlijk maakt het helemaal niets uit. Het is en blijft een soort coole gadget waarmee ik waarschijnlijk binnenkort de lichten in mijn huis op afstand aan en uit ga zetten, waarmee ik films en series ga afspelen en waarmee op termijn misschien wel een robot wordt gebouwd die een heerlijke frambozentaart voor mij kan maken. Gewoon omdat het kan :-).
Voor degene die hier niet op kunnen wachten en nu zin hebben in frambozentaart: het recept dat hoort bij de ingrediënten in de inleiding is natuurlijk gewoon online te vinden.

Met dank aan Nynke voor het idee van deze blog!

captcha

Laatst kreeg ik de tip: “Voeg even captcha’s toe aan je site, geeft iets minder spam.”. Captcha’s? Wat zijn dat nou weer? Het klinkt als de favoriete uitspraak van Emile Ratelband (tsjakka), of als dat oude tv programma van Georgina Verbaan (Gotcha). Ook doet het me, om één of andere reden, denken aan zo’n heel klein hondje van een net iets te blonde celebrity à la Paris Hilton of Barbie uit Oh oh Cherso. Vreemde associaties realiseer ik me als ik het zo opschrijf, waarin het woordje “nep” of “genept” de gemene deler is.

Afijn, ik ging op onderzoek uit en zoals vaak gaf Wikipedia me een definitie:

completely automated public Turingtest to tell computers and humans apart: een reactietest die in de gegevensverwerking wordt gebruikt om te bepalen of er al dan niet sprake is van een menselijke gebruiker.

Ik kwam erachter dat dit die irritante, vage codes zijn onderaan een webpagina, die je moet overtypen om verder te kunnen. De eerste paar keren denk je echt dat je in de maling wordt genomen (Wat moet ik doen?). Als je ze vaker gezien hebt, zijn ze gewoon ronduit irritant (Wat moet ik overtypen? Staat er nu een grote of een kleine letter?).

In de definitie wordt gerefereerd aan Alan Turing (Turingtest) en dit leidde me naar de film “The Imitation Game” met Benedict Cumberbatch in de hoofdrol. Indrukwekkende film over een genie met autistische trekken die het Duitse communicatiesysteem Enigma wist te kraken en door velen als de geestelijke vader van de computer wordt gezien, maar die gestraft werd voor het feit dat hij homofiel was. Chemische castratie leidde tot zelfmoord, waarna hij in 2009 eerherstel kreeg en in 2013 vond Koningin Elizabeth de “moed” om hem postuum gratie te verlenen. Ongelofelijk, dat is nog geen 2 jaar geleden…

Terug naar de captcha; als leek snapte ik niet zomaar de bedoeling van die gekke tekens onderaan een pagina. Feit is dat ik, ondanks dat ik niet helemaal begrijp waarom, het toch ga overtypen, omdat ik door wil naar de volgende pagina. Voor een leek is dat denk ik key in het gebruik van computers, websites, applicaties, etc.: je overgeven aan wat je niet weet, ervaren hoe iets werkt en dan zo’n soort “aha erlebnis”. Ik druk regelmatig op knoppen, bewust of onbewust, en dan zie ik wel wat er gebeurt. Ik vertrouw erop dat ik niets kapot kan maken en dat als iets geld kost of andere consequenties heeft dat daar nog een duidelijke melding van komt die ik bewust aan moet klikken.

Dit is enerzijds het gedrag waardoor je verder komt (soms letterlijk), anderzijds ben je een gewillig slachtoffer. Er zijn talloze mensen die hier misbruik van maken om bijvoorbeeld spam te versturen, om servers aan te vallen, andere pc’s te besmetten, om af te luisteren en informatie te stelen, of om bankrekeningen te plunderen. Je hoort het steeds vaker in je omgeving en op tv; en wie kent het nou niet: je email gehackt en je hele adresboek gespamd met pikante berichtjes uit jouw naam. Leg dat maar eens uit aan je tante, je collega, of de vriend van je zus.

Hmmm, misschien moet ik mijn grenzeloze vertrouwen (sommigen noemen het ook wel naïef :-)) toch een beetje bijstellen.

Al met al heb ik in ieder geval weer wat geleerd: captcha’s zijn bedoeld om spam tegen te gaan, om “echt” van “nep” te onderscheiden. We hebben er een hekel aan genept te worden en als het te vaak gebeurt verliezen we ons vertrouwen in de site, de oplossing, of zelfs het product dat we misschien wel online wilde aanschaffen. Ook ik ontvang graag reacties van echte mensen op mijn blog, dus ondanks mijn irritaties met die tekens onderaan een webpagina maak ook ik dankbaar gebruik van meneer Turing’s geautomatiseerde test.

aapie

“Help, mijn gebruikers willen een app!” Dit was de titel van een seminar dat laatst bij mij op het werk werd gehouden. Ik vind deze titel een mooi voorbeeld van de invloed van IT op het leven van alledag en hoe we ons hier soms slachtoffer van kunnen voelen (Help!).

Even later belandde ik in een sessie over apps en mobility management waarin de afkorting “api” werd gebruikt. Als je niet precies weet wat dat betekent en iemand gebruikt het een aantal keer, is het lastig om nog aan iets anders te denken dan een heel klein aapie. Zo eentje die met van die kraaloogjes en grijpgrage vingertjes vanaf de schouder van Captain Barbossa het leven van Jack Sparrow zuur maakt. Je kan je mijn binnenpretje voorstellen en inwendig grinnikend begon ik de draad van het verhaal een beetje kwijt te raken.

Wat ik me nog kan herinneren is dat het toevoegen van een api (wat blijkbaar Application Programming Interface betekent) het eenvoudiger maakt om functionaliteit van een applicatie beschikbaar te stellen voor verschillende devices en dat dit van toegevoegde waarde is voor bedrijven die met apps willen werken. Of ik dit correct heb onthouden, geen idee :-).

Iets eenvoudiger maken is vaak het doel van IT oplossingen en toepassingen die eenvoudig werken en lekker smoelen zijn populair. Het “nadeel” is dat eenvoudige oplossingen insinueren dat ze eenvoudig te maken zijn. Als leek denk ik vaak dat een kleine aanpassing van een systeem wel eventjes gedaan kan worden. Niets blijkt minder waar te zijn; het is bijna altijd ingewikkelder en tijdrovender dan ik denk. Frustrerend, want in gedachten was m’n wens al bijna werkelijkheid en werkte ik er mee.

Tijd om hier eens wat meer over na te denken en na te gaan waar het “mis” gaat. 2 scenario’s komen bij mij op:

  1. Ik weet wel ongeveer wat ik wil, maar niet precies. Ik heb een wens, stel een vraag en krijg er 3 terug. En dat zijn vaak vragen waarop ik meestal geen antwoord heb. (Help!)
  2. Ik weet wèl precies wat ik wil, maar dat kan technisch gezien niet zomaar. Ik denk altijd dat echt alles mogelijk is met IT. Vanuit deze mindset is het lastig te accepteren dat sommige dingen niet zomaar kunnen. De techniek maakt van alles mogelijk, maar kan tegelijkertijd ook beperkend werken. “Nee, dit kan dit niet zo standaard out-of-the-box. Maar waarom dan niet? Dat is nou eenmaal zoals het gemaakt is. Het kan natuurlijk wel anders, maar heb je dan ook hier en hier en hier aan gedacht?” En dan zijn we weer terug bij die 3 vragen waarop ik geen antwoord heb. (Help!)

Al met al is het simpel: eenvoudige oplossingen zijn niet zomaar eenvoudig te realiseren in de wondere wereld van IT. Het is een lange weg van gebruikerwens tot aan realisatie van de gewenste oplossing. Het toverwoord hierin is verwachtingsmanagement.

Ik zeg hier natuurlijk niets nieuws, zeker niet voor mensen uit de IT; maar als leek pas ik voortaan beter op als ik er in gedachten vanuit ga dat iets snel en simpel gerealiseerd kan worden. Als ik denk “hoe moelijk kan het zijn?”.  Nou, behoorlijk lastig dus als ik dat aapie op m’n schouder moet geloven.

c-hekje

7 jaar werk ik alweer bij een IT organisatie. Ik vertel altijd aan iedereen expliciet dat ik geen IT’er ben, geen verstand heb van de bits en bytes, maar het wel ontzettend leuk vind om in de IT te werken. Ik hou van alle mogelijkheden die IT biedt; de continue ontwikkeling en zoektocht naar hoe het nog beter kan en de praktische en mooie oplossingen waar mensen blij van worden.

 Ik hou ook van de uitdagingen die werken in de IT met zich meebrengt. Een van de eerste uitdagingen waar ik m’n neus aan stootte (en nog steeds) was het vakjargon. Afkortingen die in mijn beleving totaal iets anders betekenen (SOA?). Of de manier waarop je termen uitspreekt. Ik noem de globally unique identifier, gewoon fonetisch “guit”, een verkorte url noem ik in 1 woord tinjurl en c# spreek je uit als c-hekje. Dit tot hilariteit van mijn collega’s die zich 7 jaar geleden afvroegen wat ik in hemelsnaam in de IT kwam doen en die mij tot op de dag vandaag plagen met mijn c-hekje uitspraak (mooie binnenkomer op je eerste werkdag..).

Ik heb een fase gehad waarin ik me een beetje schaamde voor mijn onwetenheid, totdat ik erachter kwam dat er heel veel mensen in mijn directe omgeving zijn die al deze terminologie niet kennen. Mijn blunders werden door anderen (niet IT’ers) niet als blunders gezien, maar als iets wat hen ook zomaar had kunnen overkomen. Pfew, dat was toch wel een beetje een opluchting…

Mijn ervaring op dit vlak is denk ik tekenend voor de IT. Het gebeurt me nog steeds dat ik afkortingen niet ken, termen verkeerd uitspreek, of halverwege in een gesprek of presentatie de weg kwijt raak. Het is een wondere wereld, waarin het onmogelijke mogelijk is, maar waarin de mensen een eigen taal spreken. Ik kan me zo voorstellen dat dit in andere branches ook het geval is, maar het bijzondere aan IT is dat iedereen ermee in aanraking komt. Iedereen werkt met IT, kent IT’ers en ervaart zo nu en dan zijn of haar eigen uitdagingen met IT en/of de wereld van IT. Door mijn uitdagingen te delen hoop ik iedereen die dat leuk vindt een beetje wegwijs te maken in de wondere wereld van IT gezien door de ogen van een leek.